Canarische Eilanden (Sp.: Islas Canarias), tot Spanje behorende archipel in de Atlantische Oceaan, gelegen op 100 tot 300 km van de West-Afrikaanse kust, 7447 km², met 1,5 miljoen inw.

 

 

 

Landschap


 

De eilanden vormen samen een autonome regio bestaande uit twee Spaanse provincies, t.w. Santa Cruz de Tenerife en Las Palmas de Gran Canaria (beide met gelijknamige hoofdstad); de eerste omvat Tenerife, La Palma, La Gomera en El Hierro, de tweede omvat Gran Canaria, Fuerteventura en Lanzarote plus enkele kleinere onbewoonde eilanden.

De meeste eilanden zijn in feite gedeeltelijk uit zee oprijzende vulkanen. Hoogste top is de Pico de Teide (3718 m, op Tenerife), bijna altijd met een ijskap bedekt. Door de variërende hoogte komen verschillende klimaattypen voor; overheersend is echter een subtropisch-maritiem klimaat (gemiddeld 20 °C). Daar de hoge vulkanen de in de regentijd (mei-sept.) door noordwestenwinden aangevoerde neerslag opvangen, is de zuidzijde van de meeste eilanden zeer droog. De flora vertoont overeenkomsten met die van Noord-Afrika en varieert van mediterraan (Tenerife) tot tropisch (Fuerteventura).

Bevolking

De bevolking wordt gevormd door een mengvolk van Guanchen (de oorspronkelijke bewoners), Spanjaarden en Portugezen en is voor een deel naar Zuid-Amerika geëmigreerd. Officiële taal is het Spaans. Het onderwijs is geheel op Spaanse leest geschoeid. In La Laguna (Tenerife) is een universiteit. De economie berust op landbouw, scheepvaart (belastingvrije havens) en voor een belangrijk deel op het vooral sinds het begin van de jaren zestig sterk toegenomen toerisme. Exportgewassen zijn bananen, vroege groenten, tomaten, aardappelen en tabak. Visserij (tonijn) wordt vnl. ter dekking van de eigen behoefte bedreven. De industrie (o.a. olieraffinage op Tenerife; sigaren, sigaretten, zijden en wollen stoffen, borduurwerk) heeft weinig te betekenen. Op alle eilanden uitgezonderd La Gomera liggen luchthavens.

Toeristische gegevens

De stadjes en dorpen van de door toeristen drukst bezochte eilanden, Tenerife en Gran Canaria, krijgen meer en meer een modern aanzien. Langs de kust zijn veel zgn. ‘urbanisaties’ (vakantiedorpen), hotels, nachtclubs e.d. gebouwd. De in het algemeen eenvoudige en verwaarloosde barokbouwwerken in de grotere plaatsen vallen hierbij in het niet. Behalve deze kerken en kloosters zijn bezienswaardig de ambachtelijke, soms enige eeuwen oude erkers of balkons aan de woonhuizen in de oudste straten. Zowel Gran Canaria als Santa Cruz de Tenerife heeft een archeologisch museum, met Guanchenvoorwerpen. Op Gran Canaria kan men de rotswoningen van deze voormalige bevolking van de eilanden bezoeken. Het westelijke deel van Lanzarote heeft als gevolg van vulkaanuitbarstingen in de 18de en 19de eeuw een doods, maanachtig landschap. Men kan het per kameel doorkruisen. La Gomera, met zijn afwisselend landschapsschoon en slechts weinig, kleine stranden wordt veel minder dan de grotere eilanden door toeristen bezocht. Het vlakkere eiland El Hierro heeft nog nauwelijks toeristenaccommodatie. Alle eilanden hebben een soortenrijke, spectaculaire flora; delen van Tenerife, La Palma, Lanzarote en La Gomera zijn nationale (natuur)parken. Zeldzame soorten kan men zien in de botanische tuin bij La Orotava op Tenerife. Op dit eiland vindt men ook de oudste drakenbomen (Dracaena draco.

Geschiedenis

De Canarische Eilanden waren reeds aan de Romeinen bekend door de tocht van Juba van Mauretanië in 40 v.C. Zij werden zeker in de 12de eeuw door Moorse kooplieden bezocht, maar hun eigenlijke ontdekking valt toch pas in 1334, toen een uit de koers geslagen Frans schip hier landde. Veroverd werden de eilanden pas in 1402 door Gadifer de la Salle en Jean de Béthencourt; laatstgenoemde werd door de koning van Castilië als heer over de archipel erkend. Hierop volgde een eeuw van twisten tussen Castilië en Portugal over het bezit. Deze werden in 1479 bijgelegd door de erkenning van het Castiliaanse gezag. In 1484 volgde de feitelijke verovering door de Castilianen; Tenerife werd pas in 1495 bezet. De sedert de jaren zeventig van de twintigste eeuw op de eilanden opererende onafhankelijkheidsbeweging bereikte vooralsnog geen concrete resultaten.